Ritme & metrum
Het tempo: Woorden /
lettergrepen worden afwisselend vlug of langzaam uitgesproken.
De klemtoon: Woorden /
lettergrepen zijn wel of niet beklemtoond.
De
toonhoogte: Elke zin heeft een bepaalde melodische lijn die vaak
onbewust goed wordt uitgesproken.
Metrum: De regelmatige afwisseling van
beklemtoonde lettergrepen. Deze lettergrepen zijn soms sterk beklemtoond en
soms weer zwakker. Het metrum van een vers bepalen noemt men ook wel scanderen.
Je kijkt dan in welke gelijke delen (versvoeten) je een regel kunt verdelen.
Een paar belangrijke metra:
(v = zwak beklemtoond; - = sterk
beklemtoond. Het woord "klemtoon" zou dan zijn: - v)
Jambe: v
- | v - | v - etc.
Bijvoorbeeld: Verveeld verviel hij in een dip.
Trocheus: -
v | - v | - v etc.
Bijvoorbeeld: Lief, ontwaak; de sterren doven.
Dactylus: -
v v | - v v | - v v etc.
Bijvoorbeeld: Sterk is het pantser en zwak is de mens.
Anapest: v
v - | v v - | v v - etc.
Bijvoorbeeld: Kan het zijn dat de straat niet meer
raasde.
!!!
Belangrijk !!!
Soms is het zo, dat het eerst woord van een versregel niet
samenvalt met het begin van een versvoet. Laat je hierdoor niet van de wijs brengen en kijk gewoon eventjes verder in de regel
of je een ritme kunt ontdekken. Daarna kun je altijd nog bepalen of dat eerste
woord een - of een v krijgt.
Verdere theorie:
Alexandrijn: Versregel bestaande uit 6
jamben. Vooral gebruikt door Vondel.
Antimetrie: Afwijking van het metrum in
een metrisch gedicht. Het doel daarvan is altijd het benadrukken van een
woord:
Wij schrijven, zo zei hij, al krinklen
at (...)
één lesse,
niet min nochte meer;
Poésie pure:
Gedicht waarin de betekenis van de woorden niet belangrijk is:
inna nip
inna nip
tarra toech tellby
(uit: Lucebert, "Triangel
in de jungle")
Elisie: Het uitstoten van een
zwakbeklemtoonde lettergreep, omdat dat dan beter past in het metrum:
Eindloos (ipv.
eindeloos)
Epenthesis: Het toevoegen van een
zwakbeklemtoonde lettergreep:
Storrem (ipv. storm)
Enjambement: Het einde van de versregel
valt niet samen met een natuurlijke pauze in de zin:
Mijn vader eet altijd aardappe-
len en uien