Ritme & metrum

 

 

Ritme = De lees- of spreekwijze van een zin. Dit is afhankelijk van drie dingen:

 

Het tempo:            Woorden / lettergrepen worden afwisselend vlug of langzaam uitgesproken.

 

De klemtoon:         Woorden / lettergrepen zijn wel of niet beklemtoond.

 

De toonhoogte:      Elke zin heeft een bepaalde melodische lijn die vaak onbewust goed wordt uitgesproken.

 

Metrum: De regelmatige afwisseling van beklemtoonde lettergrepen. Deze lettergrepen zijn soms sterk beklemtoond en soms weer zwakker. Het metrum van een vers bepalen noemt men ook wel scanderen. Je kijkt dan in welke gelijke delen (versvoeten) je een regel kunt verdelen.

 

Een paar belangrijke metra:

 

(v = zwak beklemtoond; - = sterk beklemtoond. Het woord "klemtoon" zou dan zijn: - v)

 

Jambe:        v - | v - | v -  etc.

Bijvoorbeeld:  Verveeld verviel hij in een dip.               

 

Trocheus:    - v | - v | - v  etc.

Bijvoorbeeld: Lief, ontwaak; de sterren doven.

 

Dactylus:     - v v | - v v | - v v  etc.

Bijvoorbeeld: Sterk is het pantser en zwak is de mens.

 

Anapest:      v v - | v v - | v v -  etc.

Bijvoorbeeld: Kan het zijn dat de straat niet meer raasde.

 

 

!!! Belangrijk !!!

 

Soms is het zo, dat het eerst woord van een versregel niet samenvalt met het begin van een versvoet. Laat je hierdoor niet van de wijs brengen en kijk gewoon eventjes verder in de regel of je een ritme kunt ontdekken. Daarna kun je altijd nog bepalen of dat eerste woord een - of een v krijgt.

 

Verdere theorie:

 

Alexandrijn: Versregel bestaande uit 6 jamben. Vooral gebruikt door Vondel.

 

Antimetrie: Afwijking van het metrum in een metrisch gedicht. Het doel daarvan is altijd het benadrukken van een woord:

 

Wij schrijven, zo zei hij, al krinklen at (...)

één lesse, niet min nochte meer;

 

Poésie pure: Gedicht waarin de betekenis van de woorden niet belangrijk is:

 

Tellby toech tarra

inna nip

inna nip

tarra toech tellby

 

(uit: Lucebert, "Triangel in de jungle")

 

 

Elisie: Het uitstoten van een zwakbeklemtoonde lettergreep, omdat dat dan beter past in het metrum:

 

Eindloos (ipv. eindeloos)

 

 

Epenthesis: Het toevoegen van een zwakbeklemtoonde lettergreep:

 

Storrem (ipv. storm)

 

 

Enjambement: Het einde van de versregel valt niet samen met een natuurlijke pauze in de zin:

 

De kat viel van de trappe

Mijn vader eet altijd aardappe-

len en uien