ࡱ>    !"#$%&'()*+,-./0123456789:;<=>?@ABCDEFGHIJKLMNOPQRSTUVWXYZ[\]^_`abcdefghijklmnopqrstuvwxyz{|}~Root EntryZ O2l0CONTENTS <CompObjVSPELLING Ben je het eens met wat je leest? Waarom (niet)? Leg uit aan de hand van eigen voorbeelden of tegenvoorbeelden. Hierna voeren we opdracht 3 uit. OPDRACHT 3 Twee of drie leerlingen van groep A en evenveel van groep B discussiren met elkaar gedurende maximaal 25 minuten over wat ze in de verschillende teksten gelezen hebben. Het doel is tot een consensus te komen: 2 - Is er al dan niet een verschil tussen het taalgebruik van mannen en vrouwen? - Hoe verklaar je dit standpunt? OPDRACHT 4 De toehoorders evalueren de kwaliteit van de discussie aan de hand van het volgende beoordelingsschema. Noteer naast elke vraag ++ (heel goed), + (goed), +/- (matig), - (zwak) of  (heel zwak). Geef ook voor elke rubriek een algemeen cijfer. De discussie als geheel Een deelnemer: & & & & & 1. Inhoud a. X heeft een degelijke inbreng in de discussie. b. X zet zich goed in. c. X heeft goede argumenten. d. X geeft goede subargumenten (uitleg bij de argumenten). e. X is altijd terzake. f. X houdt rekening met de opmerkingen van anderen. g. X draagt bij tot het bereiken van een consensus. h. Andere zaken? Cijfer: a. b. c. d. e. f. g. h. & ./5 a. b. c. d. e. f. g. h. & ./5 2. Houding en interactie a. X is positief ingesteld. b. X neemt een gepaste lichaamshouding aan. c. X luistert naar iedereen. d. X laat anderen uitspreken. e. X respecteert de anderen. f. X zorgt ervoor dat iedereen kan deelnemen. g. X spreekt tegen de hele groep. h. X laat zich niet door emoties meeslepen. i. Andere zaken? Cijfer: a. b. c. d. e. f. g. h. i. & ./5 a. b. c. CHNKWKS !<:TEXTTEXTnFDPPFDPPFDPPFDPPFDPPFDPPFDPPFDPP FDPPFDPP FDPPFDPPFDPPFDPPFDPPFDPPFDPPFDPPFDPP FDPPFDPP FDPPFDPCFDPCFDPCFDPCFDPCFDPCFDPCFDPC FDPCFDPC"FDPCFDPC$FDPCFDPC&1 ME TARZAN, YOU JANE Luisteren en kijken Spreken Lezen Schrijven Taalbeschouwing Literatuur 1. ORINTEREN OPDRACHT 1 Korte klassikale discussie: 1. Zijn er volgens jou verschillen tussen het taalgebruik van mannen en vrouwen? Leg uit aan de hand van voorbeelden. 2. Wat verwacht je te lezen in de volgende teksten over dit onderwerp? a.  Je begrijpt me gewoon niet , een bespreking van een boek van Deborah Tannen uit het maandblad Onze Taal. b.  Spreekstijl van vrouwen werkt in hun nadeel , een bespreking van een ander boek van Deborah Tannen in de Volkskrant, een Nederlandse kwaliteitskrant. c.  Mannen van Mars en vrouwen van Venus, allemaal gezwam in de ruimte , een interview met de Amerikaanse sociologe Rosalind Barnett in De Morgen. 2. VOORBEREIDEN EN UITVOEREN OPDRACHT 2 We verdelen de klas in twee groepen: Groep A leest alleen de eerste twee teksten: -  Je begrijpt me gewoon niet van Jannemieke van de Gein (Onze Taal); -  Spreekstijl van vrouwen werkt in hun nadeel van Peter Burger (de Volkskrant). Groep B leest alleen de volgende drie teksten: -  Mannen van Mars en vrouwen van Venus, allemaal gezwam in de ruimte van Barbara Debusschere (De Morgen); -  Het proefschrift van & Ingrid van Alphen: meisjes- en jongensgesprekken (afkomstig van een website met samenvattingen van universitaire proefschriften); -  We komen toch allemaal van dezelfde planeet van Katrijn Serneels in De Morgen. Maak je schema s op de computer zodat het gemakkelijker is om later teksten uit te wisselen. Elke groep doet de volgende twee zaken: 1. Maak een schema met de kernideen van elke tekst. Welke verschillen zijn er al dan niet tussen het taalgebruik van mannen en vrouwen? Welke verklaring wordt hiervoor gegeven? 2. Noteer je persoonlijke mening over wat in de teksten staat.d. e. f. g. h. i. & ./5 3. Taalgebruik a. X is goed verstaanbaar. b. X formuleert alles duidelijk. c. X spreekt op een zakelijke toon, is niet te emotioneel. d. X gebruikt een passende taal. e. X spreekt correct Nederlands (incl. AN). f. Andere zaken? Cijfer: a. b. c. d. e. f. & ./5 a. b. c. d. e. f. & ./5 4. Totaal: ...... & & 3 3. REFLECTEREN OPDRACHT 5 1. Wat is het voornaamste dat je hebt geleerd i.v.m. het taalgebruik van mannen en vrouwen? ________________________________________________________________________ ________________________________________________________________________ ________________________________________________________________________ ________________________________________________________________________ ________________________________________________________________________ 2. Heeft dit implicaties voor de manier waarop jij voortaan met andere mensen praat? Leg uit. ________________________________________________________________________ ________________________________________________________________________ ________________________________________________________________________ ________________________________________________________________________ ________________________________________________________________________ 3. Wat waren je sterke en zwakke punten bij de discussie? ________________________________________________________________________ ________________________________________________________________________ ________________________________________________________________________ ________________________________________________________________________ ________________________________________________________________________ ________________________________________________________________________ 4 TEKSTEN  Je begrijpt me gewoon niet" Hoe verschillend ze verder ook zijn, n ding hebben alle vrouwen gemeen: allemaal hebben ze ten minste n keer in hun leven tegen een mannelijke partner dezelfde verzuchting geslaakt:  Je begrijpt me gewoon niet." Deborah Tannen, een Amerikaanse sociolinguste, gepokt en gemazeld in het onderzoek naar dagelijks taalgebruik, wijdde een boek aan deze Gezamenlijke Grote Vrouwenzucht en moet daarmee aan een diepgevoelde behoefte voldaan hebben: alleen de Nederlandse vertaling, toch royaal 300 pagina's dik, beleefde in anderhalf jaar al zeven drukken. Tannen ontvouwt in Je begrijpt me gewoon niet haar visie op wat zij 'het misverstand' tussen vrouwen en mannen noemt. Centraal in haar visie is de stelling dat de sociale werkelijkheid van vrouwen verschilt van die van mannen. Vrouwen, aldus Tannen, ervaren de wereld als een netwerk van verbindingen waarin betrokkenheid en onderlinge afhankelijkheid vanzelf spreken, terwijl mannen in een hirarchisch geordende wereld leven die onafhankelijk en autonoom optreden noodzakelijk maakt. De verschillende wijze waarop mannen en vrouwen de werkelijkheid ervaren, bepaalt ook, nog steeds aldus Tannen, hoe zij met elkaar praten en hoe zij de ander als gesprekspartner beoordelen. Botte mannen Tannen probeert deze visie niet alleen aannemelijk te maken door uit een keur van onderzoek te citeren, maar ook, en dat is waarschijnlijk de grote aantrekkingskracht van het boek, door uitbundig voorbeelden uit het dagelijks leven te presenteren. Bijvoorbeeld: een man en een vrouw zitten in de auto. Zegt de vrouw:  Heb jij zin om te stoppen om iets te drinken?"  Nee", zegt haar man en hij rijdt door. Zij is gerriteerd: ze wilde toch gewoon wat drinken! En hij achteraf kregel: waarom zegt ze dat dan niet? Of: Nathan ergert zich aan zijn vriendin Diana, die hem voortdurend loopt te commanderen door altijd maar  laten we dit ..." en  laten we dat ..." te zeggen. Diana begrijpt zijn irritatie niet. Zij doet toch gewoon een voorstel? Zulk wederzijds ongenoegen over het gedrag van de ander verklaart Tannen door te verwijzen naar de verschillen in de leefwereld van mannen en vrouwen. Vrouwen kleden hun verzoeken en initiatieven niet alleen in als voorstellen, het zijn ook werkelijk voorstellen. Dat geeft, in de belevingswereld van vrouwen, de gesprekspartner de mogelijkheid ermee in te stemmen of een alternatief voorstel te doen, waarover dan weer 'onderhandeld' kan worden. En nogal wiedes dat mannen bot of gergerd op die voorstellen reageren. In de competitieve en hirarchische mannenwereld, weet Tannen, is zo'n onderhandeling taboe. Na een  gevecht om het leiderschap' hakt er daar n, autonoom, de knoop door; daar neemt er n een beslissing, onafhankelijk van de ander. Zo wordt zijn wil vanzelf wet. Ook luistergedrag geeft aanleiding tot misverstanden. Mannen, zo stelt Tannen, geloven niet dat vrouwen goed naar hen luisteren. Vrouwen vallen immers voortdurend in en vullen aan, en ze zeggen steeds  jaja ... neenee ... jaja ja". Ze praten er eigenlijk gewoon doorheen. Voor vrouwen een vanzelfsprekend blijk van betrokkenheid, voor mannen een agressief vertoon van autono-mie dat (verbaal) bedwongen moet worden. Tannen constateert ook dat vrouwen op hun beurt over mannen hun beklag doen: die zijn zo stil als je ze wat vertelt, die zitten kennelijk gewoon aan andere dingen te denken, die luisteren helemaal niet. En weer levert Tannens 'twee-wereldentheorie' de verklaring: vrouwen verwachten blijken van betrokkenheid, maar krijgen die van mannen niet; die 'vallen' iemand alleen maar 'in de rede' als daar een goede aanleiding toe is. Overigens is juist dat vrouwelijke betrokkenheidssignaal, dat eeuwige ja ... ja ... ja ... en nee ... nee ... nee, er volgens Tannen mede de reden van dat mannen vrouwen onberekenbaar vinden. Immers: die zeggen wel ja ... ja ..., maar blijken het dan naderhand helemaal niet met je eens te zijn! 5 Feest der herkenning Deze voorbeelden, een vrij willekeurige greep uit de talloze die Tannen geeft, laten al zien dat het in Je begrijpt me gewoon niet om mr gaat dan om concreet taalgebruik alleen. En misschien gaat het in het boek wel helemaal niet in de eerste plaats om taalgebruik. Om dat te illustreren nog een paar voorbeelden van verschijnselen die met Tannens theorie allemaal haarfijn te verklaren zijn. Harold, die met Sybil op weg is naar een feestje, weet zeker dat het adres dat ze zoeken, 'hier ergens' moet zijn. En ook al rijden ze nu al een halfuur rondjes, hij verdomt het om de weg te vragen. Mannen vragen niet om hulp, verklaart Tannen, dat is hun eer te na. Een ander voorbeeld. Vrouwen zijn geneigd almaar excuses te maken, hoewel ze daarmee niets anders bedoelen dan betrokkenheid te tonen. Hun mannelijke gesprekspartners vatten die excuses wl letterlijk op en merken vervolgens op dat ze echt niet nodig zijn. Zo klimt een man moeiteloos twee trapjes hoger dan zijn gesprekspartner: niet alleen krijgt hij excuses aangeboden (nooit weg in een hirarchisch geordende samenleving), hij dient je de genadeslag toe door ook nog eens blijk te geven van zijn goedertierenheid. En zo gaat het maar door! Wat te denken van de vrouw die tegen haar chef zegt dat ze kwaad op hem is en die hem ook vertelt waarom, zich dan realiseert dat ze hem staat te vernederen en hem tot twee keer toe haar excuses aanbiedt? En wat te denken van de chef die deze excuses minzaam accepteert? En welke vrouw heeft niet ooit meegemaakt dat ze een gesprek met een man voerde dat zonder aanwijsbare oorzaak zomaar in een soort lezing van hem aan haar veranderde? Ook zonder dat lezers nu bij elk nieuw voorbeeld weer een particulier feestje der herkenning vieren, is wel duidelijk dat Tannen haar materiaal uit de praktijk van alledag haalt (het verhaal gaat dat ze met een recordertje opstaat en naar bed gaat) en dat ieder er wel iets van zijn gading in vindt. Betreft het niet jezelf of je eigen partner, dan toch ten minste een vriendin en haar vrijer, of een collega, of je goede oude vader. Geen enkele gesprekssituatie, geen enkele sociale context lijkt te worden vergeten. Er is aandacht voor jong en oud, wit en zwart, homo en hetero, publiek en priv, kenaus en janjurken, leken en experts, feiten en verzinsels, dubbele standaards, enz. Voeg daarbij de aanzienlijke hoeveelheid resultaten van sociaalwetenschappelijk onderzoek die Tannen in Je begrijpt me gewoon niet aanhaalt, en de boodschap wordt bijna irritant van onont-koombaarheid:mannen zijn echt anders dan vrouwen! Infantiele heilsboodschap Tannen heeft met haar boek niet alleen duidelijk willen maken dat veel vrouwen het gevoel hebben dat ze niet begrepen worden door de man (of mannen) in hun leven, maar ook waardoor dat komt. Ze heeft dat onbehagen van de vrouw tamelijk treffend verwoord. Ze heeft ook geprobeerd duidelijk te maken hoe het komt dat zoveel mannen het gevoel hebben dat ze niet begrepen worden door de vrouw (of vrouwen) in hun leven. Wat Tannen het liefst wil, is begrip kweken. Ze laat, direct in het eerste hoofdstuk al, zien hoe weldadig dat was in haar eigen situatie. Hoewel ze nu getrouwd is met een man die ze als haar 'partner en vriend' beschouwt, was ze toch vaak oprecht verbaasd over zijn doen en denken, en dat vond ze eerst verontrustend. Nu niet meer: dankzij haar twee-wereldentheorie begrijpt zij hem. En hij haar. Allicht dat deze infantiele heilsboodschap veler haren ten berge doet rijzen. Allicht dat zo n ongevaarlijke benadering van de man-vrouwkwestie makkelijk haar weg vindt naar duizenden, over de hele wereld waarschijnlijk zelfs miljoenen huishoudens. Allicht dat feministische onderzoekers op hun achterste benen staan nu het wezenlijkste vraagstuk (wie heeft het eigenlijk voor het zeggen?) niet eens ter sprake komt. Maar neemt dat iets weg van het plezier dat je beleeft aan het lezen van het proza van deze spraakwaterval? Wie Engels leest, doet er overigens verstandig aan de oorspronkelijke versie van het boek aan te schaffen. Tannens taalgebruik is zonder meer toegankelijk, ze is humoristisch en haar schrijfstijl is sprankelend. Veel hiervan gaat naar mijn smaak verloren in de vertaling, die bij vlagen onnodig harkerig is en hier en daar ook storend onnauwkeurig of zelfs onjuist. Dat staat een goed begrip van de boodschap niet werkelijk in de weg, maar doet natuurlijk wel af aan iets heel wezenlijks: dat hier een aanstekelijke kletskous aan het woord is die goed vertellen kan. 6 Jannemieke van de Gein (Uit: Onze Taal.) Spreekstijl van vrouwen werkt in hun nadeel Een Vlaamse vriendin zag na haar verhuizing naar Nederland geregeld consumpties aan haar neus voorbijgaan doordat zij op vragen als:  Wil je iets drinken?" naar gewoonte beleefd:  Ach nee, doe geen moeite", antwoordde. In Vlaanderen zou daarop een nieuw rondje aandringen en afslaan zijn gevolgd, waarna ze voor haar fatsoen het aanbod kon accepteren. Maar in Nederland werd haar rituele weigering letterlijk genomen. Ze kreeg meteen niets meer aangeboden: het ritueel werkt alleen als beide deelnemers het kennen. Over zulke gesprekscodes gaat het nieuwe boek van de Amerikaanse taalkundige Deborah Tannen, Taal van 9 tot 5. Het draait deze keer om misverstanden tussen de seksen op het werk, maar de belangrijkste inzichten zijn al bekend uit de eerdere bestsellers van Tannen: Dat bedoelde ik niet. Hoe taal relaties maakt of breekt en Je begrijpt me gewoon niet. Hoe vrouwen en mannen met elkaar praten. Tannens boodschap luidt dat frictie tussen mannen en vrouwen voor een belangrijk deel te wijten is aan verschillen in spreekstijl. Als man en vrouw samenleven als kat en hond, komt dat doordat het vrolijke kwispelstaarten van de een door de ander verstaan wordt als een teken van boosheid. Mannen en vrouwen, zegt Tannen, leven van jongs af aan in verschillende culturen. Jongens trekken op in hirarchisch geordende groepen en leveren openlijk strijd om de macht door elkaar een grote mond te geven en te pochen op hun prestaties. Meisjes hebben een of twee hartsvriendinnen, bedekken conflicten met de mantel der vriendschap, voeren intieme gesprekken en doen hun best om de schijn van gelijkheid op te houden. Dat patroon blijft zichtbaar als ze ouder worden: mannen streven vooral naar status, vrouwen naar verbondenheid. Welke gevolgen dat heeft voor conversaties met collega's en klanten blijkt uit tal van onderzoeken die Tannen aanhaalt, gelardeerd met fragmenten uit vergaderingen en gesprekken bij de koffieautomaat die zij zelf mocht afluisteren. Zo ontnemen mannen anderen makkelijker het woord en spreken zij langer achtereen dan vrouwen. Vrouwen zeggen vaker sorry, ook als er niets is waarvoor ze zich zouden moeten verontschuldigen, en delen meer complimenten uit. Omdat het voor de hand ligt spreekstijl te vereenzelvigen met persoonlijkheid, wordt vrouwen 7 dus algauw een gebrek aan zelfvertrouwen toegeschreven en mannen een overmaat aan arrogantie. Ten onrechte, zegt Tannen, en omdat het zo tegen de intutie van de modale taalgebruiker indruist, zegt ze het vaak: stijlkenmerken als volume, spreektijd, de lengte van pauzes en het aantal rituele verontschuldigingen zeggen niets over het karakter of de gemoedstoestand van de spreker. Een direct bevel ( Zet de verwarming eens wat lager") is niet synoniem met macht, een indirect verzoek ( Vind je het ook zo warm hier?") niet noodzakelijk een uiting van onzekerheid. Tannen maakt dat duidelijk door gesprekken van Amerikaanse werknemers te vergelijken met Japanse omgangsvormen. De Japanse manager die zij aanhaalt, brengt zijn opdracht uiterst indirect onder woorden voor zijn medewerkster. Beiden kunnen daardoor de illusie koesteren dat zij zonder daarom gevraagd te zijn, doet wat hij wil. Hij versterkt daardoor de band met zijn ondergeschikte en hoeft zijn gezag niet te laten gelden. Ook in het Westen is indirectheid niet voorbehouden aan vrouwen. Zij zullen er meer gebruik van maken om anderen iets te laten doen, maar mannen zijn vaker indirect in persoonlijke gesprekken. Tannen geeft als voorbeeld een consult waarbij een mannelijke arts een patinte een geneesmiddel voorschrijft dat een vroegtijdige dood voorkomt. Maar de patinte is somber en lijdt onder de ernstige bijwerkingen van het medicijn. Zij:  Ja, dan rek je dus je leven en waarvoor dan wel?" Hij (na drie seconden stilte):  Hebt u op korte termijn al een afspraak met een therapeut?" Niet elke gespreksstijl is geschikt voor iedere situatie: de arts zou er waarschijnlijk beter aan hebben gedaan rechtstreeks in te gaan op de vertwijfeling van zijn patinte. Elke stijl heeft echter zijn waarde, benadrukt Tannen. Het vervelende is alleen dat de spreekstijl van vrouwen op de werkvloer vooral in hun nadeel werkt, doordat ze hun verdiensten onzichtbaar maken en hun (vermeende) tekortkomingen in de schijnwerpers plaatsen. Vrouwen bagatelliseren namelijk hun zekerheid, mannen hun twijfel. Op congressen worden de meeste vragen gesteld door mannen: zij schrikken er niet voor terug de interruptiemicrofoon te grijpen en een autoriteit uit te dagen. Mannen vragen echter liever niet om informatie als dat de indruk zou kunnen wekken dat hun feitenkennis tekortschiet. Vrouwen stellen zulke vragen wel, maar worden daarvoor gestraft doordat ze minder onderlegd lijken. Onderzoekers vroegen honderden eerstejaarsstudenten hun cijfers voor het komende jaar te schatten. Als de voorspelling geheim bleef, raamden de meisjes niet lager dan de jongens; was de voorspelling openbaar, dan gaven de meisjes zichzelf lagere cijfers  terwijl in de loop van het jaar bleek dat zij niet onderdeden voor de jongens. Ook als ze werden ondervraagd door een enquteur die zei zelf lage cijfers te halen, pasten de meisjes hun verwachtingen aan. De jongens niet. De meisjes vonden het dus opschepperig in het openbaar een realistische schatting te geven van hun kwaliteiten en wilden zich niet onderscheiden van hun gesprekspartners. Dat zijn geen gunstige eigenschappen om promotie te maken. Tannen ziet op grond van dergelijke gegevens spreekstijl als een van de stutten van het glazen plafond, de onzichtbare barrire die vrouwen tegenhoudt op weg naar de top. Wat te doen? Vrouwen kunnen zichzelf vermannen en hun gedachten vrijmoediger uiten. Langer en luider spreken en niet aan het eind van iedere zin de toonhoogte laten stijgen (wat bedoeld is om een reactie uit te lokken, maar kan worden opgevat als teken van onzekerheid). Maar dat kan hen het gevoel geven voortdurend sociale overtredingen te begaan. Bovendien kan het averechtse gevolgen hebben omdat haar gedrag anders wordt beoordeeld dan het zijne. Hij weet wat hij wil, zij is een haaibaai. Net als in haar andere boeken predikt Tannen vooral begrip en respect. Ook bij gevoelige onderwerpen als ongewenste intimiteiten valt ze op door haar gematigde toon. Een beetje een heilig boontje is ze wel:  Ik ben altijd eropuit om niemand in een kwaad daglicht te stellen." Of is dat gewoon haar vrouwelijke stijl? Toch is het aantrekkelijke van Tannens analyse juist het ver8 zoenende ervan: niemand is schuldig, de verschillen in spreekstijl hebben het gedaan. Dat is eenzijdig: Tannen heeft het niet over de politieke en economische factoren die vrouwen op hun plaats houden. Maar het is wel een nuchtere correctie op de oude feministische en seksistische stereotypen van de onderdrukkende man en de incapabele vrouw. Peter Burger (Uit: de Volkskrant) Zaza 9 10 11 Het proefschrift van ... Ingrid van Alphen: Meisjes- en jongensgesprekken Veel mensen geloven dat er een verschil bestaat tussen mannen en vrouwen: ze praten anders. Voor mannen is elk gesprek een strijd waarin de onderlinge machtsverhoudingen bepaald en verdedigd worden, maar als vrouwen met elkaar praten, doen ze dat voor de gezelligheid en om de onderlinge harmonie te bevestigen. Over het verschil tussen de seksen heeft iedereen een mening. Ook wetenschappers schrijven al bijna een eeuw lang over het onderwerp. Zij deden dat niet altijd even objectief. Zo beweerde de katholieke hoogleraar Van Ginneken aan het begin van de twintigste eeuw dat vrouwen anders spraken dan mannen omdat de eersten een beperkter verstand hadden. Later opperden feministische taalkundigen dat de onderdrukking van de vrouw in onze maatschappij tot uitdrukking kwam in de verschillen in taalgebruik. Maar volgens de Amsterdamse taalkundige Ingrid van Alphen zijn de wetenschappers in de meeste discussies n ding vergeten: echte gesprekken over min of meer hetzelfde onderwerp analyseren en zo uitzoeken hoe het nu werkelijk in elkaar zit. Deze maand promoveert zij aan de Universiteit van Amsterdam. Onzeker Op middelbare scholen in enkele plaatsen in Nederland liet ze groepjes jongens en groepjes meisjes van gemiddeld vijftien jaar met elkaar discussiren terwijl er een cassetterecordertje op tafel lag. Waarom richtte ze zich juist op die leeftijdsgroep? Van Alphen:  Pubers sluiten zich op in groepjes seksegenoten. Ze praten bijna alleen met elkaar. En omdat ze tussen hun kindertijd en de volwassenheid in zitten, zijn ze onzeker en gedragen ze zich extreem. Pubermeisjes zijn overdreven vrouwelijk en puberjongens overdreven mannelijk. Wie de invloed van sekse op taalgebruik wil bestuderen, kan daarom het best bij pubers beginnen.'' Van Alphen liet de groepjes van drie jongens of drie meisjes met elkaar praten om een gezamenlijke wens te formuleren die zou kunnen worden uitgevoerd in het populaire televisieprogramma  Geef nooit op . Die gesprekken schreef ze uit. Ze noteerde nauwkeurig of en hoe de pubers op elkaars voorstellen reageerden, hoeveel grapjes er gemaakt werden, hoe vaak de kinderen elkaar interrumpeerden, enzovoort. Bungeejumpen De resultaten waren in een aantal opzichten verrassend. Niet alleen bleken de meisjes veel avontuurlijker. Zij wilden bijna allemaal bungeejumpen, deltavliegen of parachutespringen, terwijl de jongens het meestal wat dichter bij huis zochten. Maar vooral het verschil in de manier waarop de groepjes over hun wensen onderhandelden, viel op. Als een jongen een voorstel hoorde waar hij het niet mee eens was, maakte hij een grapje of bracht het gesprek op een ander onderwerp. Veel meisjes reageerden veel steviger op zo'n voorstel.  Gadverdamme! riepen ze dan, of  Ik vind daar geen reet aan. Van Alphen:  Als een meisje nee bedoelt, zegt ze dat heel duidelijk. Ook als ze een ander voorstel wl positief waardeerden, lieten meisjes dat veel duidelijker blijken dan jongens.'' Van Alphens resultaten lijken op dit punt strijdig met alles wat daarover tot nu toe geschreven is. Hoe kan dat?  Eerdere onderzoeksters gingen vaak met een soort taalkundig schepnet de wereld in om gesprekjes in het wild te vangen. Dan krijg je gesprekjes die nauwelijks met elkaar vergeleken kunnen worden, want meisjes voeren normaal gesproken veel meer en heel andere gesprekjes dan jongens'', zegt Van Alphen.  Ik heb de meisjes en jongens in ieder geval over hetzelfde onderwerp laten praten.'' 12 Grapjes  Bovendien letten vorige onderzoeksters vooral op de manier waarop mannen en vrouwen hun reactie lieten aansluiten. En inderdaad gaan meisjes en vrouwen veel meer op elkaars woorden in dan jongens en mannen. Maar ik onderzocht onder andere hoe positief of negatief de gesprekspartners op elkaar reageerden.'' Van Alphen vond ook dingen die ze wl had verwacht. Zo maakten de jongens vaker grapjes dan de meisjes, vooral ten koste van elkaar. En als de meisjes een negatieve boodschap hadden voor iemand buiten hun eigen groepje, deden ze wel degelijk hun best de boodschap wat te verzachten. Van Alphen:  Na afloop van het gesprek gaf ik de pubers een vragenlijst waarin ik ze onder andere vroeg of ze het een prettig gesprek hadden gevonden. Jongens schreven dan rustig botweg  nee' op of  nee, zeker niet'. Meisjes kleedden hun antwoord wat meer in. Een van hen schreef:  We kwamen er echt niet uit. We zijn er wel uitgekomen, maar we hadden een andere mening alle drie.' Dat dit meisje het gesprek minder prettig vond omdat er geen overeenstemming werd bereikt, is waarschijnlijk ook kenmerkend. Jongens gebruikten zo'n argument nooit. Zij richtten zich in plaats daarvan op de gespreksopdracht die ze  onzinnig' noemden.'' Eigenheid Wat verklaart nu de verschillen in gedrag tussen jongens en meisjes? Waarom zijn meisjes op het eerste gezicht zo hard tegen elkaar? Van Alphen:  Op de een of andere manier is het voor de meisjes kennelijk belangrijker hun net ontdekte eigenheid uit te drukken in het gesprek met andere meisjes. Jongens zouden op die leeftijd dan een andere manier hebben om zich te onderscheiden van anderen.''  Er is ook een andere verklaring. Eerder onderzoek over de relatie tussen sekse en taal was altijd een uitdrukking van de tijdgeest. Wat een katholieke priester in de jaren dertig of een feministisch onderzoekster in de jaren zeventig over dit onderwerp schreven, blijkt achteraf sterk gekleurd door hoe men in hun tijd dacht over vrouwen en mannen. Het is dan ook misschien geen toeval dat mijn proefschrift verschijnt in een tijd waarin er veel wordt gepraat over stoere meiden en girl power.'' Bron: http://www.vanoostendorp.nl/linguist/proefschrift/alphen.html (proefschrift uit 1999). 13 14 15 16 17 ALTERNATIEVE WERKWIJZEN (afhankelijk van het niveau van de klas) Tussen opdracht 2 en opdracht 3 Evalueer de schema s van een klasgenoot die dezelfde teksten gelezen heeft. Gebruik de volgende evaluatiekaart. Evaluatiekaart Naam van de beoordelaar: & & & & & & & & & & & & 1. Inhoud a. Zijn de schema s volledig, maar tegelijk ook beknopt? Staan alle belangrijke ideen erin? Geen overbodige zaken: details, herhalingen & ? b. Zijn de schema s duidelijk? Goed te begrijpen, ook voor mensen die de originele tekst niet kennen? Heldere en logische gedachtegang? Duidelijke structuur? ... c. Zijn de schema s correct? Juiste weergave van de tekst? Correcte gegevens? Geen verdraaiingen? ... 2. Taalgebruik a. Is het taalgebruik beknopt? Geen volle zinnen? Geen omslachtige of onnodig lange formuleringen? Geen herhalingen? Voldoende afkortingen of symbolen? b. Is het taalgebruik helder? Begrijpelijke formuleringen? Geen stenostijl? Duidelijke symbolen met altijd dezelfde betekenis? Duidelijk aangegeven verbanden? & c. Is het taalgebruik correct? Geen taal- of spelfouten? Correcte tekstverbanden? ... 3. Vorm Schematisch? Overzichtelijk? Zie je de structuur met n blik? Verzorgd? & 18 Alternatief 1 voor opdracht 3 1. De klas wordt verdeeld in groepen met telkens twee of drie vertegenwoordigers van groep A en B. Die discussiren onder elkaar (dus niet voor de klas) gedurende maximaal 25 minuten over wat ze in de verschillende teksten gelezen hebben. Het doel is tot een consensus te komen: - Is er al dan niet een verschil tussen het taalgebruik van mannen en vrouwen? - Hoe verklaar je dit standpunt? 2. Evalueer nadien afzonderlijk de kwaliteit van jullie discussie. Gebruik het beoordelingsschema hieronder. Noteer naast elke vraag ++ (heel goed), + (goed), +/- (matig), - (zwak) of  (heel zwak). Geef ook voor elke rubriek een algemeen cijfer. 3. Nadien brengen enkele leden van verschillende groepen (die door de leerkracht worden aangewezen) verslag uit aan de rest van de klas. Vul hiernaast de namen in van de deelnemers aan de discussie. Noteer jouw naam in de eerste kolom. 1. Inhoud a. X heeft een degelijke inbreng in de discussie. b. X zet zich goed in. c. X heeft goede argumenten. d. X geeft goede subargumenten (uitleg bij de argumenten). e. X is altijd ter zake. f. X houdt rekening met de opmerkingen van anderen. g. X draagt bij tot het bereiken van een consensus. h. Andere zaken? Cijfer: a. b. c. d. e. f. g. h. & ./5 a. b. c. d. e. f. g. h. & ./5 a. b. c. d. e. f. g. h. & ./5 a. b. c. d. e. f. g. h. & ./5 a. b. c. d. e. f. g. h. & ./5 a. b. c. d. e. f. g. h. & ./5 2. Houding en interactie a. X is positief ingesteld. b. X neemt een gepaste lichaamshouding aan. c. X luistert naar iedereen. d. X laat anderen uitspreken. e. X respecteert de anderen. f. X zorgt ervoor dat iedereen kan deelnemen. g. X spreekt tegen de hele groep. h. X laat zich niet door emoties meeslepen. i. Andere zaken? Cijfer: a. b. c. d. e. f. g. h. i. & ./5 a. b. c. d. e. f. g. h. i. & ./5 a. b. c. d. e. f. g. h. i. & ./5 a. b. c. d. e. f. g. h. i. & ./5 a. b. c. d. e. f. g. h. i. & ./5 a. b. c. d. e. f. g. h. i. & ./5 3. Taalgebruik a. X is goed verstaanbaar. b. X formuleert alles duidelijk. c. X spreekt op een zakelijke toon, is niet te emotioneel. d. X gebruikt een passende taal. e. X spreekt correct Nederlands (incl. AN). f. Andere zaken? a. b. c. d. e. f. a. b. c. d. e. f. a. b. c. d. e. f. a. b. c. d. e. f. a. b. c. d. e. f. a. b. c. d. e. f. 19 Cijfer: & ./5 & ./5 & ./5 & ./5 & ./5 & ./5 4. Totaal: ...... & & & & & & & & & & Alternatief 2 voor opdracht 3 We spelen een informatief radio- of tv-interview van zo n 15 minuten met twee taalkundigen die een verschillende visie hebben op het taalgebruik van mannen en vrouwen: 1. Iemand uit groep A. 2. Iemand uit groep B. We werken met twee interviewers, n uit elke groep. Bereid het gesprek voor: Kies het type interview dat je wilt afnemen: een vriendelijke gedachtewisseling, een confrontatie, een hard interview & Maak vragen en verdeel ze. Spreek af wie het gesprek inleidt (luisteraars of kijkers begroeten, gasten verwelkomen, thema aankondigen & ) en afsluit (conclusie formuleren, gasten en luisteraars of kijkers bedanken & ). Meer uitleg over het interview vind je elders in je cursus. Alternatief voor opdracht 4 voor de beoordeling van een radio- of tv-interview Noteer hiernaast de naam van de klasgenoot die je beoordeelt. 1. INHOUD a. Conform de opgave: geeft de ideen uit de teksten goed weer. b. Degelijk. c. Boeiend. d. Samenhangend. e. Ter zake, niet onnodig uitweidend. f. Vlot, zonder haperingen of storende stiltes. g. Duurt het lang genoeg? h. Andere zaken? Cijfer: a. b. c. d. e. f. g. h. & & /10 a. b. c. d. e. f. g. h. & & /10 a. b. c. d. e. f. g. h. & & /10 a. b. c. d. e. f. g. h. & & /10 2. HOUDING EN INTERACTIE a. Past bij de rol. b. Gepaste spreekstijl. c. Vlotte interactie. d. Luistert naar anderen. e. Onderbreekt niet. f. Reactie sluit aan op anderen. g. Goede lichaamshouding en mimiek. h. Respecteert de anderen. i. Spreekt tegen iedereen. j. Laat zich niet door emoties meeslepen. a. b. c. d. e. f. g. h. i. j. a. b. c. d. e. f. g. h. i. j. a. b. c. d. e. f. g. h. i. j. a. b. c. d. e. f. g. h. i. j. 20 k. Andere zaken? Cijfer: k. & & /5 k. & & /5 k. & & /5 k. & & /5 3. TAALGEBRUIK a. Past bij de rol. b. Goed te begrijpen (= niet te moeilijk). c. Goed verstaanbaar. d. Gebruikt levendige spreektaal, geen boekentaal. e. Correcte taal (incl. AN). f. Andere zaken? Cijfer: a. b. c. d. e. f. & & /5 a. b. c. d. e. f. & & /5 a. b. c. d. e. f. & & /5 a. b. c. d. e. f. & & /5 4. TOTAAL & & /20 & & /20 & & /20 & & /20 Alternatief 3 voor opdracht 3-4 of extra opdracht Jullie werken met tween voor de overheid. Jullie taak bestaat erin een informatieve folder te maken voor leerkrachten, ouders en leerlingen (van de derde graad) over een taalkwestie, met name het taalgebruik van mannen en vrouwen. Deze dient de volgende zaken beslist te bevatten: - Een goede frontpagina. - Een tekstblok waarin gesteld wordt dat er al dan niet verschillen bestaan. - Meer informatie over het taalgebruik van mannen en vrouwen. - Enkele praktische tips. - Enkele illustraties en/of schema's. - Een goede achterzijde. Meer informatie over het maken van een goede folder vind je elders in je cursus. Alternatief voor opdracht 5 Vraag 3 Wat waren je sterke en zwakke punten op de volgende gebieden (afhankelijk van de uitgevoerde opdrachten)? a. Spreekvaardigheid b. Luister- en kijkvaardigheid c. Lees- en schrijfvaardigheid (het maken van schema s en/of een folder) Bart Vandenberghe iend. d. Samenhangend. e. Ter zake, niet onnodig uitweidend. f. Vlot, zonder haperingen of storende stiltes. g. Duurt het lang genoeg? h. Andere zaken? Cijfer: a. b. c. d. e. f. g. h. & & /10 a. b. c. d.S,FT$Nx(Z "lX ^  6 p  8$:N *RllDSD|J$| $.L:| $*4:@FLRXbx| 2!!V"##6$$Z%%`&&'((:))))**+8,,S,-^.p.*//0b122x3334Z5667Z899R:;;<:==>b??t@,AABBCD2EERFGGHHHHIRJJKpL2MMMN`O PPQXRSSxT(UUbV&WWXpY2ZZ[T\\]]|^@__`habbSbncHddeVfggDhiijBkkk(lLllVmnno6ppqZrss|t.uuvvtwxxy0zz{V| }}x~|~8Xx6h@r4r<\ZܐF“x4P–v4rSr(BPFz:DHNTĢLXЦ0\ d(>~0lIJvγTε6nr4j8hBt4`S`xPr\bhntz< 0LRT^T2`B4DJPV\bhnt~S ",28>DJPV\flrx~ bn ,<BHNTZ`flr|S &,2<BHNTZ`flr|R b &,28>DJPV\b,|t>hSd"8"HbzH|&,28>DJPVbhntz(T<r &,28>DJPV\bhShntz$*4:DJTZd, ",28>DJPZ`flrx~^^Z.fv v0JtDhjln(2"'( ) @S ,btLf "Phlj00: "!" $  08."8 "!" $  08.": "!" $  08.": "" $  08."8 "PS" $  08.": "0" $  08."$ "PS" $ 08."lp@ R  0  $: *DzHHHHHHHHHHHHHH$ "PS" $ 08.": "!" $  08.": "!" $  08."8 "!" $  08." "!" $h (08@HPX`hpx."z.Lbx)))*p...33HHHj0jj: "!" $  08.": "" $  08.": "hC" $  08.": "" $  08."$ "PS" $ 08.": "!" $  08."8 "!" $  08."HHII[\\]kk4lFlLlldqqr,s2sfsjssx~|~BF6DT¢TT0TTTTT00T0: "|" $  08.": "" $  08."$ "PS" $ 08.": "!" $  08."8 "!" $  08.": "!" $  08."¢γ*\z<:lnTT0TT0T: "PS" $  08.": "" $  08."8 "!" $  08."$ "PS" $ 08.": "!" $  08."8 "!" $  08.": "|" $  08."'n 0LRX\b,HRRRRRR..: "PS" $  08."$ "PS" $ 08."<  "!" $  08.": "!" $  08."8 "!" $  08."txhl8d^.ff$ "PS" $ 08.": "PS" $  08." "!" $h (08@HPX`hpx.": "!" $  08."8 "!" $  08."fhn " " $ 08."T?8>b4Definition TermDefinition ListH1H2H3H4H5H6Address Blockquote Preformattedz-Bottom of Form z-Top of Form?p",6FP`jz(Zf "$  " "$ " "$ "|$  ""| "  "|" "  "" " " "  "" "  "" "  ""  "  "|"|, "$  08)P2J' (@ J   O +%( u.0 78 c A@ (VJH SP \. " $  08u. " $  08u tt D,br`hvn  lzH¢nfn "$&(|?4D`Times New RomanArial SymbolOOEnc Courier New5 " " "`gXXQ*P+>hp psc 1310 series!@h߀ 4dBe4 d wkswpdHBeںں\\CORNELISSE\hp psc 1310 series,LocalOnly,DrvConvert&winspoolhp psc 1310 seriesUSB001F"$ "G"Z"$c"` "``""A."@"$ ""Z"$c"` "``"."Naamloos:"0Ms"%" " " "  (" )"te Preformattedz-Bottom of Form z-Top of Form?p",6FP`jz(Zf "$FDPCFDPC(STSHSTSH*hSTSHSTSHh+SYIDSYID .SGP SGP 4.INK INK 8.BTEPPLC <.hBTECPLC .PFONTFONT.STRSPLC /:PRNTWNPR/jFRAMFRAM(8TITLTITL8DOP DOP 8: Z O2Quill96 Story Group Class9qyy:yy yyyy"yy~yyyQyVzyyyyty|yyy8y>*y0yyyy y%y+_y}'y3