De jongen die daar loopt, ken ik.
die daar loopt, =
- onderwerpzin
- lijdendvoorwerpzin
- meewerkendvoorwerpzin
- bijwoordelijke bijzin
- bijvoeglijke bijzin
Hij vertelde dat hij van de zomer drie weken naar Egypte gaat.
dat hij van de zomer drie weken naar Egypte gaat =
- onderwerpszin
- lijdendvoorwerpzin
- meewerkendvoorwerpzin
- bijwoordelijke bijzin
- bijvoeglijke bijzin
Sinds ze getrouwd zijn, wonen Sjef en Diana in Brielle.
Sinds ze getrouwd zijn =
- onderwerpszin
- lijdendvoorwerpzin
- meewerkendvoorwerpzin
- bijwoordelijke bijzin
- bijvoeglijke bijzin
Ruim voordat de voorstelling afgelopen was, gingen de toeschouwers teleurgesteld naar huis.
Ruim voordat de voorstelling afgelopen was =
- onderwerpszin
- lijdendvoorwerpzin
- meewerkendvoorwerpzin
- bijwoordelijke bijzin
- bijvoeglijke bijzin
Het spijt ons dat je voor niets bent gekomen.
dat je voor niets bent gekomen =
- onderwerpzin
- lijdendvoorwerpzin
- meewerkendvoorwerpzin
- bijwoordelijke bijzin
- bijvoeglijke bijzin